Soorten huidkankerMerkelcelcarcinoom

Wat is een merkelcelcarcinoom? 

Een merkelcelcarcinoom is een kwaadaardig knobbel op de huid. Het is een agressieve vorm van huidkanker.  

Waar komt een merkelcelcarcinoom voor?  

Een merkelcelcarcinoom kan overal op de huid voorkomen. Meestal komt het voor op plaatsen die veel in de zon zijn geweest. 

Jaarlijks krijgen in Nederland minder dan 200 mensen de diagnose merkelcelcarcinoom. 

Hoe ziet een merkelcelcarcinoom eruit?  

Een merkelcelcarcinoom ziet er meestal uit als een roze, rode of rood-paarse ronde of ovale knobbel op de huid. Deze knobbel is meestal stevig en doet geen pijn. 
 
De knobbel kan snel groeien. Hij kan binnen enkele weken tot maanden enkele centimeters groot worden. Maar er zijn ook merkelcelcarcinomen die minder snel groeien. 

Mensen met een lichte huid die veel uv-straling op de huid hebben gehad, hebben de grootste kans om een merkelcelcarcinoom te krijgen. Ook het merkelcelpolyomavirus speelt een rol bij het ontstaan van een merkelcelcarcinoom. 

Lees verder op kanker.nl over de risicofactoren van merkelcelcarcinoom

Uitzaaiingen van merkelcelcarcinoom   

Een merkelcelcarcinoom kan uitzaaien naar de lymfeklieren of naar andere plekken in het lichaam. 

Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling ervan hebben vaak grote invloed op het dagelijks leven. Niet alleen op het lichaam maar ook op de geest. De behandeling van merkelcelcarcinoom heeft vaak gevolgen, soms voor de rest van het leven.  

Mensen met merkelcelcarcinoom kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:  

Emoties en angst  

Kanker gaat samen met veel emoties. Bijvoorbeeld onzekerheid over de toekomst of angst voor pijn of voor terugkeer van de kanker. Bespreek deze angst met de arts. Ook emoties zijn goed om te bespreken en vaak is ook hier iets aan te doen. 

Vermoeidheid  

Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij mensen met x. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.    

Voorzichtig met de zon  

Na de behandeling van een merkelcelcarcinoom hoef je niet helemaal uit de zon te blijven. Bescherm je wel tegen zonnestraling door beschermende kleding of zonnebrandcrème. Extra zonnen en onder de zonnebank gaan wordt afgeraden.   

Lymfoedeem  

Na een lymfeklieroperatie kan lymfoedeem optreden. Bij lymfoedeem hoopt zich erg veel vocht en eiwitten op in bijvoorbeeld een arm of been. Lymfoedeem is meestal blijvend. Het is wel te behandelen, zodat de klachten minder worden.  

Lees verder op kanker.nl over lymfoedeem bij merkelcelcarcinoom

Vind hulp 

Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker. 

Vind hulp en ondersteuning bij de gevolgen van kanker

Naar aanleiding van de uitslagen van de onderzoeken is er een gesprek met de arts. Als het om een merkelcelcarcinoom blijkt te gaan, zal de arts meer uitleggen over de tumor. Bijvoorbeeld hoe uitgebreid de kanker is (het stadium) en of de kanker is uitgezaaid.  

Het is belangrijk om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Twee horen meer dan één. Ook kan het handig zijn om het gesprek op te nemen. Dan is later terug te luisteren wat de arts heeft gezegd. Overleg dit van tevoren altijd even met de arts. 

In het gesprek stelt de arts een behandeling voor. Het is tegenwoordig heel gewoon om mee te beslissen over de behandeling.   

Deze drie vragen kunnen helpen tijdens het gesprek:  

  • Wat zijn mijn mogelijkheden? 
  • Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden? 
  • Wat betekent dat voor mijn situatie? 

Lees verder op kanker.nl/merkelcelcarcinoom
 

Hoe een merkelcelcarcinoom behandeld wordt, hangt af van de ernst van de ziekte en de leeftijd en conditie van de patiënt. De dermatoloog bespreekt wat de mogelijkheden zijn.  

De volgende behandelingen zijn er voor een merkelcelcarcinoom:   

Operatie  

De behandeling van een merkelcelcarcinoom begint meestal met een operatie. De dermatoloog verwijdert het merkelcelcarcinoom. Soms is nog een tweede operatie nodig. 

Lees verder op kanker.nl over de operatie bij een merkelcelcarcinoom

Operatie van uitzaaiingen  

Sommige uitzaaiingen van een merkelcelcarcinoom zijn met een operatie te verwijderen. Of dit mogelijk is, hangt af van de plek van de uitzaaiingen en hoeveel het er zijn.   

Bestraling   

Na het verwijderen van het merkelcelcarcinoom wordt vaak nog bestraling gegeven. Het doel is de kans kleiner te maken dat het merkelcelcarcinoom terugkomt.  

Bestraling kan ook plaatsvinden als de patiënt geen operatie wil ondergaan of als een operatie niet goed mogelijk is. 

Ook kan bestraling helpen tegen de klachten van uitzaaiingen, bijvoorbeeld in de botten.   

Lees verder op kanker.nl over bestraling bij merkelcelcarcinoom

Chemotherapie 

Chemotherapie is een behandeling voor patiënten met een merkelcelcarcinoom en uitzaaiingen. De chemotherapie is bedoeld als palliatieve behandeling: om de ziekte te remmen en klachten te verminderen.  

Bij meerdere uitzaaiingen op of onder de huid of bij grote uitzaaiingen in een arm of been is soms plaatselijke chemotherapie mogelijk. 

Lees verder op kanker.nl over chemotherapie bij merkelcelcarcinoom

Immunotherapie 

Immunotherapie kan een behandeling zijn voor patiënten met een merkelcelcarcinoom en uitzaaiingen (stadium 4). De behandeling heeft als doel de ziekte te remmen en klachten te verminderen. 

Lees verder op kanker.nl over immunotherapie bij merkelcelcarcinoom

Een behandeling is niet verplicht 

Het is nooit verplicht om een behandeling te volgen. Afzien van een behandeling kan altijd. 

 Als de huisarts de knobbel op de huid niet vertrouwt, geeft hij of zij een verwijzing naar een dermatoloog. Een dermatoloog is een huidarts.   

Biopsie van de huid 

De dermatoloog verwijdert een klein stukje uit de knobbel. Dat heet een biopsie. Het stukje weefsel (het biopt) gaat naar het laboratorium voor onderzoek.  

Een patholoog onderzoekt het stukje huid onder de microscoop. Hij of zij stelt vast of het een merkelcelcarcinoom is.  

Onderzoeken om uitzaaiingen op te sporen:  
 

Echo  

Zijn er lymfeklieren gevonden die vergroot zijn? Dan gebruikt de arts een echo om te kijken of er uitzaaiingen in lymfeklieren zitten.   

Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.    

 Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.    

 Punctie  

Bij een punctie haalt de arts vocht uit de lymfeklieren weg om te onderzoeken op uitzaaiingen. Dat gebeurt met een dunne, holle naald. Een patholoog onderzoekt het vocht onder de microscoop.    

Soms maakt de arts ook gebruik van echografie of een scan. Zo kan de arts precies zien wat hij of zij doet.      

CT-scan  

Als er een kans is dat het merkelcelcarcinoom is uitgezaaid, kan de arts een CT-scan aanvragen.   

Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.       

De patiënt ligt op een tafel en schuift door de ronde opening van de CT-scanner. Tijdens het onderzoek maakt het apparaat een serie foto’s. De CT-scanner maakt ook uitzaaiingen zichtbaar.   

 Soms is contrastvloeistof nodig. Dit kan het resultaat van de scan duidelijker maken. De medewerker van de afdeling Radiologie dient de vloeistof via een infuus toe, of de patiënt krijgt het als drankje. Sommige mensen zijn overgevoelig voor contrastvloeistof. Het is belangrijk om dit voor het onderzoek aan de arts te melden.   

PET-CT-scan  

Als er een kans is dat het merkelcelcarcinoom is uitgezaaid, kan de arts een PET-CT-scan aanvragen.   

Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek. Je krijgt in 1 keer een PET-scan en een CT-scan. Op een PET-scan kan de arts kankercellen onderscheiden van gewone cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.       

Eerst krijgt de patiënt een licht radioactieve vloeistof in een bloedvat ingespoten en moet daarna een tijdje stilliggen in een aparte kamer. Na ongeveer een uur hebben de kankercellen genoeg radioactieve stof opgenomen. Dan kan de scan gemaakt worden.   

 Het apparaat heeft een ronde opening waar de patiënt op een tafel een paar keer doorheen schuift. De scanner maakt foto’s vanuit alle hoeken.