Soorten huidkankerMelanoom

Een melanoom is een agressieve vorm van huidkanker. Het aantal mensen met melanoom is de afgelopen jaren gestegen. In 2018 kregen in Nederland ruim 7000 mensen de diagnose melanoom.  

Een melanoom kan overal op het lichaam ontstaan. Meestal ontstaat een melanoom in een ‘gave’ huid, maar een melanoom kan zich ook ontwikkelen uit een bestaande moedervlek. 

Kenmerken van een melanoom  

  • De vlek is asymmetrisch: de twee helften zijn niet elkaars spiegelbeeld 
  • De vlek heeft een grillige of vage rand 
  • De vlek heeft twee of meer kleuren 
  • De vlek heeft een diameter die groter is dan 5 mm 

De vlek verandert (groeit, verandert van vorm, gaat jeuken of bloeden) 

Oorzaken van een melanoom 

De kans op een melanoom is groter als de huid op jonge leeftijd is verbrand. Ook mensen met een lichte huid hebben een grotere kans op melanoom. Sommige mensen hebben een erfelijke aanleg voor melanoom. 

Lees verder op kanker.nl over de risicofactoren van melanoom

Uitzaaiingen van een melanoom 

Een melanoom kan uitzaaien. Dat betekent dat de kankercellen via het bloed of via lymfevocht op andere plekken in het lichaam terechtkomen. Een melanoom zaait sneller uit dan andere vormen van huidkanker. 

Lees verder op kanker.nl over uitgezaaid melanoom

Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling ervan hebben vaak grote invloed op het dagelijks leven. Niet alleen op het lichaam maar ook op de geest.

De behandeling van melanoom heeft vaak gevolgen, soms voor de rest van het leven. Mensen met melanoom kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:  

Emoties en angst

Kanker gaat samen met veel emoties. Bijvoorbeeld onzekerheid over de toekomst of angst voor pijn of voor terugkeer van de kanker. Bespreek deze angst met de arts. Ook emoties zijn goed om te bespreken en vaak is ook hier iets aan te doen. 

Vermoeidheid

Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij mensen met melanoom. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.    

Lymfoedeem 

Na een lymfeklieroperatie kan lymfoedeem optreden. Bij lymfoedeem hoopt zich erg veel vocht en eiwitten op in bijvoorbeeld een arm of been. Lymfoedeem is meestal blijvend. Het is wel te behandelen, zodat de klachten minder worden.

Lees meer over lymfoedeem bij melanoom op kanker.nl.

Pijn 

Melanoom kan pijnklachten geven. Er kunnen veel oorzaken zijn voor de pijn. Bijvoorbeeld als de tumor op een weefsel duwt, of als er uitzaaiingen zijn. Ook kan een behandeling met bestraling of chemotherapie kan pijn geven. Bespreek dit met de arts. Vaak is er iets aan te doen. 

Voorzichtig met de zon 

Na de behandeling van een melanoom hoef je niet helemaal uit de zon te blijven. Bescherm je wel tegen zonnestraling door beschermende kleding of zonnebrandcrème. Extra zonnen en onder de zonnebank gaan wordt afgeraden.  

Vind hulp 

Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker. 

Vind hulp en ondersteuning bij de gevolgen van kanker

Hoe een melanoom behandeld wordt, hangt van veel dingen af. De dermatoloog zal altijd proberen het melanoom te verwijderen. Als er uitzaaiingen zijn, volgen aanvullende behandelingen. De dermatoloog bespreekt wat de mogelijkheden zijn. 

De volgende behandelingen zijn er voor een melanoom:  

Operatie 

De behandeling van melanoom begint met een operatie. De dermatoloog verwijdert het melanoom om het in het laboratorium te laten onderzoeken door de patholoog.  

Als het plekje inderdaad een melanoom is, volgt een tweede operatie. De dermatoloog verwijdert dan het litteken en een randje gezonde huid daaromheen. Het stukje huid gaat voor onderzoek weer naar de patholoog.  

Lees verder op kanker.nl over de operatieve verwijderen van een melanoom

Operatie van uitzaaiingen 

Sommige uitzaaiingen van een melanoom zijn met een operatie te verwijderen. Of dit mogelijk is, hangt af van de plek van de uitzaaiingen en hoeveel het er zijn.  

Chemotherapie in een arm of been (ledemaatperfusie) 

Grote melanomen in een arm of been die niet te verwijderen zijn, kunnen soms met medicijnen behandeld worden. Het been of de arm krijgt dan een hoge dosis chemotherapie samen met doelgerichte therapie. Bij deze behandeling komen de medicijnen niet verder in het lichaam. De naam voor deze behandeling is ledemaatperfusie.  

Bij een ledemaatperfusie worden de bloedvaten in het been of de arm afgesloten van de andere bloedvaten in het lichaam. Dit is nodig omdat er geen bloed vanuit het been of de arm ergens anders in het lichaam mag komen. Voor deze behandeling is een hart- longmachine nodig die een deel van de bloedsomloop overneemt. De arts legt verder uit hoe de behandeling precies werkt.  

Lees verder op kanker.nl over ledemaatperfusie bij melanoom

Doelgerichte therapie 

Ongeveer de helft van de mensen met een uitgezaaid melanoom blijkt een verandering (mutatie) in het BRAF-gen te hebben. Zij kunnen in aanmerking komen voor doelgerichte therapie. Deze behandeling wordt niet in elk ziekenhuis gegeven. 

Patiënten met melanoom stadium 3 kunnen na de operatie doelgerichte therapie krijgen om de terug van een melanoom uit te stellen. Doelgerichte therapie kan ook een losse behandeling bij een melanoom stadium 4. De behandeling kan dan het leven verlengen.  

Er zijn verschillende soorten doelgerichte therapie bij een melanoom. De arts vertelt welke medicijnen het meest geschikt zijn. Dat hangt af van hoe ver de kanker is uitgebreid.  

Lees verder op kanker.nl over doelgerichte therapie bij melanoom

Immunotherapie 

Soms is een behandeling mogelijk met immunotherapie. Bij immunotherapie zorgen de medicijnen ervoor dat het afweersysteem de tumor beter kan aanvallen. Deze behandeling wordt niet in elk ziekenhuis gegeven. 

Patiënten met melanoom stadium 3 kunnen na de operatie immunotherapie krijgen om de kans dat de kanker terugkomt kleiner te maken.  

Immunotherapie kan ook een losse behandeling bij een melanoom stadium 4. De behandeling kan dan het leven verlengen.  

Er zijn meerdere soorten immunotherapie bij een melanoom. De medicijnen krijg je meestal via het infuus. Welk medicijn je precies krijgt, ligt bijvoorbeeld aan het stadium van de kanker. De arts legt uit welk middel het meest geschikt is.   

Lees verder op kanker.nl over immunotherapie bij melanoom

T-VEC  

Bij uitzaaiingen van een melanoom is soms een behandeling met T-VEC mogelijk. Deze behandeling is in enkele ziekenhuizen beschikbaar. De arts verwijst je als het nodig is door.     

T-VEC is een soort immunotherapie. Het doel van de behandeling is om te voorkomen dat het melanoom terugkomt. De behandeling bestaat uit meerdere injecties met het herpesvirus. Het virus is in het laboratorium zo aangepast dat het kankercellen kan doden. Als de uitzaaiingen een tijd na de behandeling terugkomen, is opnieuw een behandeling met T-VEC mogelijk.  

Lees verder op kanker.nl over TVEC bij melanoom

Bestraling  

Bij een melanoom kan op meerdere momenten bestraling gegeven worden. Bijvoorbeeld voor of na het verwijderen van het melanoom. Het doel is om de kans dat het melanoom terugkomt kleiner te maken. 

Ook kan bestraling helpen tegen de klachten van uitzaaiingen, bijvoorbeeld in de botten.  

Lees verder op kanker.nl over bestraling bij melanoom

 Als de huisarts het plekje op de huid niet vertrouwt, geeft hij of zij een verwijzing naar een dermatoloog. Een dermatoloog is een huidarts.  

Verwijderen van het melanoom 

Het onderzoek naar een melanoom begint eigenlijk altijd met het weghalen van het plekje. De dermatoloog verwijdert het plekje en snijdt eromheen ook een extra randje gezonde huid weg.

De patholoog onderzoekt het weefsel in het laboratorium. Hij of zij kan vaststellen of het een melanoom is of niet. Ook kijkt de patholoog of er kankercellen in de snijrand zitten. Als er nog kankercellen in de snijrand zitten, is het melanoom nog niet ver genoeg weggehaald.  

Onderzoeken om uitzaaiingen op te sporen:

Schildwachtklierprocedure

Een melanoom kan uitzaaien. Dat gebeurt als er kankercellen losraken van het melanoom. De uitzaaiingen komen het eerst in de lymfeklieren in de buurt van het plekje. Die klier heet de schildwachtklier.

Tijdens het onderzoek verwijdert de arts de schildwachtklier om hem verder te kunnen onderzoeken. In het laboratorium kijkt de patholoog of er uitzaaiingen in de klier zitten.

Echo 

Zijn er lymfeklieren gevonden die vergroot zijn? Dan gebruikt de arts een echo om te kijken of er uitzaaiingen in lymfeklieren zitten.  

Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.   

Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.   

Punctie 

Bij een punctie haalt de arts vocht uit de lymfeklieren weg om te onderzoeken op uitzaaiingen. Dat gebeurt met een dunne, holle naald. Een patholoog onderzoekt het vocht onder de microscoop.   

Soms maakt de arts ook gebruik van echografie of een scan. Zo kan de arts precies zien wat hij of zij doet.   

CT-scan 

Als er een kans is dat het melanoom is uitgezaaid, kan de arts een CT-scan aanvragen.  Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.   
 
De patiënt ligt op een tafel en schuift door de ronde opening van de CT-scanner. Tijdens het onderzoek maakt het apparaat een serie foto’s. De CT-scanner maakt ook uitzaaiingen zichtbaar.  

Soms is contrastvloeistof nodig. Dit kan het resultaat van de scan duidelijker maken. De medewerker van de afdeling Radiologie dient de vloeistof via een infuus toe, of de patiënt krijgt het als drankje. Sommige mensen zijn overgevoelig voor contrastvloeistof. Het is belangrijk om dit voor het onderzoek aan de arts te melden.  

PET-CT-scan 

Als er een kans is dat het melanoom is uitgezaaid, kan de arts een PET-CT-scan aanvragen.  

Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek. Je krijgt in 1 keer een PET-scan en een CT-scan. Op een PET-scan kan de arts kankercellen onderscheiden van gewone cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.   

Eerst krijgt de patiënt een licht radioactieve vloeistof in een bloedvat ingespoten en moet daarna een tijdje stil liggen in een aparte kamer. Na ongeveer een uur hebben de kankercellen genoeg radioactieve stof opgenomen. Dan kan de scan gemaakt worden.  
 
Het apparaat heeft een ronde opening waar de patiënt op een tafel een paar keer doorheen schuift. De scanner maakt foto’s vanuit alle hoeken.   

Lees ook de uitgebreide informatie op kanker.nl over  onderzoeken bij melanoom

De diagnose

Na de onderzoeken volgt er een gesprek met de arts. Als het om melanoom gaat, zal de arts meer uitleggen over de tumor. Bijvoorbeeld om welk stadium het gaat en of er meer onderzoeken nodig zijn.  

Het is belangrijk om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Twee horen meer dan één. Ook kan het handig zijn om het gesprek op te nemen. Dan is later terug te luisteren wat de arts heeft gezegd. Overleg dit van tevoren altijd even met de arts. 

In het gesprek stelt de arts een behandeling voor. Het is tegenwoordig heel gewoon om mee te beslissen over de behandeling.    

Deze drie vragen kunnen helpen tijdens het gesprek:  

  • Wat zijn mijn mogelijkheden? 
  • Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden? 
  • Wat betekent dat voor mijn situatie? 

Patiëntenorganisatie

Er is ook een patiëntenorganisatie speciaal gericht patiënten met melanoom: Stichting Melanoom